De eerste dag besloot ik samen met David de Fansipan te beklimmen. Het is de hoogste berg in Frans-Indochina en is 3143m hoog. Het stond bekend als een zware trek van maarliefst 14km. In eerste instantie was ik zeer naïef erover en dacht ik wel dat het zou lukken. Ik stapte bij David achterop en we reden er naartoe met de motor. Ik genoot al meteen van het prachtige landschap van Sapa, het was werkelijk weergaloos. Aangekomen bij de Fansipan hadden we wel een probleempje. Een ticket was omgerekend 100 euro en je moest het met een gids doen. Er was ook een pad naar de love waterfall die slechts 70 000 vnd was (omgerekend €2,50). We besloten dat pad te nemen en uiteindelijk zijn we door de bosjes weer op het andere pad terecht gekomen zonder problemen. De klim begon. Toen we op de helft waren realiseerde ik me hoe zwaar het was. Het weer hielp ook niet mee. Over het algemeen was het regenachtig en zeker bovenin kon het ook weleens kouder worden. Daarnaast zweette ik me een ongeluk en kon in weinig zien doordat m’n bril vies was. Onderweg hadden we ook niet hele mooie uitzichten door de bewolktheid. Wel was het een hele actieve en enigszins zinvolle ervaring. David kon het in ieder geval makkelijk aan en besloot bovenaan zelfs terug te klimmen. Ik kon niet meer en ben terug gegaan met de kabelbaan, waar ik helaas erg veel voor moest betalen. Ik was erg moe en moest nog naar een andere homestay. Ik nam een motorfietstaxi die me daar naartoe bracht. Omdat ze alleen privat rooms hadden kreeg ik een mooie 2 persoonskamer voor mezelf voor ongeveer 5 euro. Hier kon ik lekker uitrusten. Ook heb ik weer gezellig gegeten met de locals en er was ook een puppy.